BIOLOGISCHE AGENTIA

In de voorgaande blogs ben ik ingegaan op lawaai-, trillings- en fysieke belasting. Deze blog gaat over biologische agentia. Dat sluit aan bij de directe aanleiding voor een serie van 5 blogs, waartoe ook deze behoort; verjongsingssnoei door groenbeheer. Ook groenbeheerders worden namelijk mogelijk blootgesteld aan biologische agentia. Denk aan pollen en Lyme. Maar wellicht ook aan bacteriën door kadavers en schimmels.

Bij biologische agentia denk ik al gauw aan Legionella, schimmels en virussen. Associaties met biohazard logo’s uit films komen op. Borrelia burgdorferi blijkt geen exotische bloem te zijn maar de veroorzaker van de ziekte van Lyme, een bacterie. Ik geef op hoofdlijnen weer welke groepen biologische huis-tuin-en-keuken-agentia er zijn.

De term biologische agentia bestaat uit twee woorden. Biologisch, dus van natuurlijke komaf en agentia, meervoud van agens, stof. Een levende stof. De definitie van biologische agentia volgens het Arbobesluit is:

Al dan niet genetisch gemodificeerde micro-organismen, celculturen en menselijke endoparasieten die een infectie, allergie of toxiciteit kunnen veroorzaken.

Bacteriën, schimmels en virussen zijn allemaal micro-organismen. Het scenario dat bij schadelijke biologische agentia op kan treden is: blootstelling, opname stof , biologische effecten, functieveranderingen van cellen en daardoor tot slot ziekte. Aan de andere kant worden we natuurlijk ook geholpen door biologische agentia.

Bacteriën
Ons lichaam bestaat uit 1013 cellen, terwijl we 1014 bacteriën bij ons dragen. Een factor 10 meer dus! Ze helpen ons gezond te blijven en helpen ons ook bij processen zoals het zuiveren van water. Het wordt pas gevaarlijk als de balans tussen goede en slechte bacteriën in ons lichaam verstoord wordt. Een goed voorbeeld is dat we een zekere darmflora hebben die is afgestemd op ons alledaagse leven. Wanneer we vervolgens naar een verre vakantiebestemming gaan, met een andere hygiënenorm dan wat we gewend zijn kunnen we ziek worden doordat de balans verstoord raakt. Het is dus helemaal niet zo gek dat Jan Kaas op safari z’n eigen boterhammetjes mee heeft genomen, omdat hij hiermee zijn darmflora niet verstoort maar in stand houdt.

Ons belangrijkste wapen tegen slechte bacteriën is een goed (en nageleefd!) hygiëne protocol, waarbij je nadenkt over:
✓ Eet en drinkt men op de werkplek?
✓ Wast men handen bij het verlaten van de werkruimte en/of binnenkomst kantine?
✓ Verwisselt men regelmatig vuile dienstkleding voor schone?
✓ Waar kleed  men om?
✓ Wordt bedrijfskleding thuis of op het werk gewassen?

Bacteriën verplaatsen zich via diverse routes, zoals via huidcontact (ook via mond en neus), sex, insecten (teken bijvoorbeeld), lucht  en bloed. Mogelijke bronnen zijn contact met dieren, contact met mensen, contact met omgevingsfactoren zoals water.

De kans op blootstelling is met een aantal basisprincipes eenvoudig te verkleinen. Het niet laten slingeren van vuil en etensresten is een goede basis om mee te beginnen. Net als handen wassen voor het eten, al dan niet gevolgd door ontsmetten met behulp van en ontsmettingsgel. Denk ook aan roken. Sigaretten stop je immers in je mond. Er kan dan overdracht van je handen op de sigaret plaatsgevonden hebben. Werk je met dieren, dan kun je natuurlijk beschermende kleding aantrekken. Er bestaat bijvoorbeeld tekenwerende kleding.

Schimmels
Schimmels zijn soms nuttig, zoals op kazen. Microbiële toxinen zijn echter giftige stoffen die door schimmels worden afgescheiden, genaamd mycotoxinen. Penicilline is een bekend voorbeeld dat we ten goede hebben aangewend, alhoewel je daar ook allergisch voor kunt zijn. Er bestaan duizenden soorten, waarvan zo’n 400 mycotoxinen die in voedingsmiddelen kunnen voorkomen. Pinda’s kunnen een bron zijn wanneer ze onvoldoende gedroogd zijn en vochtig zijn opgeslagen. Schimmels kunnen we vaak voorkomen door de omgeving droog houden (denk aan je badkamer). Vocht (water) is vaak een belangrijke voorwaarde voor de schimmel om te kunnen groeien. Schimmels zijn heel moeilijk weg te krijgen als ze er eenmaal zijn. Denk maar aan schimmelplekken op de plafond van badkamers. Vochtregulering zoals goed ventileren is een belangrijke maatregel voor schimmels die daar gevoelig voor zijn. Het beperken van stofbelasting is ook een belangrijke beheersmaatregel.

Virussen
Virussen zijn in feite micro-organismen die zich niet zelfstandig kunnen voortplanten, maar afhankelijk zijn van cellen van andere organismen. Dit kunnen bacteriën, plantencellen, dierlijke en menselijke cellen zijn. Voor veel virussen kunnen we inenten of medicatie nemen. Deze maken dat we anti-stoffen hebben of de schadelijke stof minder vat op ons krijgt. Persoonlijke beschermingsmiddelen zoals handschoenen dragen ook bij aan preventie.

Allergenen
Allergenen zijn voor een groenwerker een risico om rekening mee te houden, om maar eens terug te komen op de casus. Denk aan pollen en ander stof. Allergenen zijn  stoffen die een allergische reactie opwekken bij mensen en komen veel voor. Ikzelf heb bijvoorbeeld een kattenallergie (inhaleerbaar allergeen). In feite is een allergie een ontspoorde afweerreactie, waarvan de mate per persoon verschilt. Er bestaat ook zoiets als beroepsallergie, wanneer het om een stof gaat die in het werkproces wordt toegepast. Bakkers kunnen bijvoorbeeld allergisch worden tarwe. Een allergie kan zomaar ontstaan, maar ontstaan meestal in de eerste jaren na blootstelling. Dat kan een piek- of een chronische blootstelling zijn. Men raakt dan gesensibiliseerd. Het kan zich uiten in bijvoorbeeld huiduitslag (allergische contactdermatitis), astma, enz. Drempelwaardes zijn echter moeilijk te geven en bestaan veelal ook niet. De bedrijfsarts speelt hierin een belangrijke rol. De blootstelling wegnemen of tenminste zo laag mogelijk maken is de belangrijkste maatregel die men kan nemen. De Leidraad allergenen van het Nederlands Kenniscentrum Arbeid en Longaandoeningen biedt handvaten om blootstelling te beheersen.

Biologische agentia vraagt wel wat inzicht. Een werkplekonderzoek door een arbeidshygiënist en/of bedrijfsarts kan snel duidelijkheid geven over aanwezige bronnen en hoe blootstelling weggenomen of verkleind kan worden.

De volgende keer, in de laatste blog van deze serie van vijf, meer over hitte- en koudebelasting.

Ludolf

Wie is Ludolf Prins?
Ken je mijn arbogereedschap al?

Download nu gratis beleidsadvies

Signup now and receive an email once I publish new content.

I agree to have my personal information transfered to MailChimp ( more information )

I will never give away, trade or sell your email address. You can unsubscribe at any time.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *